WELKE SPANNING KAN EEN LIJMVERBINDING OPNEMEN?

Het spanning-rekdiagram geeft de mechanische eigenschappen van de lijmverbinding weer. Uit het diagram is af te leiden hoeveel, bij een hoeveelheid aangebrachte spanning (verticale as), het materiaal uitrekt (horizontale as).
Om het spanning-rekdiagram goed te begrijpen is het belangrijk om een aantal begrippen te kennen.

In de eerste fase A van het spanning-rekdiagram is er sprake van elastisch gedrag. Zodra de aangebrachte spanning wordt weggenomen zal het materiaal weer zijn oorspronkelijke lengte terugkrijgen. Er is sprake van volledig vormherstel.
In deze eerste fase is de rek evenredig aan de aangebrachte spanning. Dit wordt ook wel lineair elastisch of evenredige vervorming genoemd. De grens van de evenredige elasticiteit wordt proportionaliteitsgrens of evenredigheidsgrens genoemd.

De proportionaliteitsgrens is aangeduid met punt 1. Vanaf de proportionaliteitsgrens tot aan de elasticiteitsgrens is ook nog sprake van elastische vervorming, maar deze verloopt dan niet meer lineair. Niet-lineair elastisch betekent dat bij een toenemende spanning de lengte van het materiaal relatief sterker toeneemt, ofwel de toegenomen rek is groter dan de toegenomen spanning.

De elasticiteitsgrens (bovenste vloeigrens) geeft aan tot waar de vervorming elastisch van aard is. Het materiaal zal onder dit punt bij het wegnemen van de spanning weer terugkeren naar zijn oorspronkelijke lengte en vorm. De elasticiteitsgrens ligt net iets onder de bovenste vloeigrens, aangeduid met punt 2.

In de fase B, de aanvang aangeduid met punt 3, begint het materiaal te vloeien. De aangebrachte spanning zorgt voor plastische vervorming. Vanaf hier is het materiaal blijvend vervormd.

Vanaf de vloeigrens tot aan de maximale spanning is er sprake van plastische vervorming (deze fase, aangeduid met C, wordt versteviging genoemd). De maximale spanning is de grens tot waar het materiaal kan vervormen zonder dat insnoering/breuk optreedt. De treksterkte is aangegeven met punt 4.

Vervolgens wordt het materiaal zoveel uit elkaar getrokken dat het plaatselijk verdunt totdat het uiteindelijk breekt, aangeduid met punt 5: de breukspanning.  Dit is het punt waarop het materiaal uiteindelijk onder de aangebrachte spanning bezwijkt. De insnoering die hieraan voorafgaat begint bij de treksterkte totdat het breukpunt wordt bereikt. De breukspanning ligt lager dan de maximale spanning.

0 reacties

Plaats een Reactie

Reageren?
Hieronder kunt u uw reactie achterlaten!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *