Berichten

INVLOED LIJMVERBINDING IN GEVAL VAN GEVELBRAND

In geval van, met daartoe geëigende lijmsystemen, verlijmde gevelbekleding, proberen we de bijdrage aan ontwikkeling en uitbreiding van een brand op de bekleding aan de hand van tests en classificaties te verklaren of in te schatten.

De TWEHA lijmsystemen zijn middels een SBI-test (Single Burning Item-test, EN 13501-1) geclassificeerd als B-s1, d0.

Een classificatie van delen van een bekleding door een SBI-test op zichzelf zegt echter niet veel over de beoogde gevelconstructie. Omdat brandclassificatie niet bedoeld is als een materiële eigenschap, maar als een constructie-eigenschap.

De eerder genoemde brandclassificatie (Single Burning Item-test, EN 13501-1) zegt namelijk alleen iets over het brandgedrag van de het materiaal in het geval van straling van de voorkant. Het zegt daarom niets over het brandgedrag bij het verbinden van de gevels met andere structurele componenten, zoals rondom een kozijn of gedrag waarbij juist de rand van het geveloppervlak wordt belast.

Dientengevolge moet u een brandprestatieclassificatie in combinatie met verschillende materialen op een bepaalde gevelconstructie vaststellen overeenkomstig een testprocedure zoals bijvoorbeeld omschreven in de BS 8414 of ISO 13785-2.

Dit jaar is een keramische bekleding met ons TWEHA StoneMate-systeem getest. Gebaseerd op BS 8414, is door de Fire Protection Association in Gloucestershire vastgesteld dat de gevelconstructie voldoet aan de in de BS 8414 genoemde criteria.

Voor een juist begrip van het risico van de bijdrage van de ontwikkeling en uitbreiding van een brand op de gevelbekleding zijn verschillende factoren van invloed. Niet alleen het type bekleding zelf, maar ook de draagstructuur achter de gevelbekleding, zoals bijvoorbeeld de materiaalkeuze voor de draagstructuur, de isolatie, eventuele waterafstotende, dampdoorlatende folie en de aanwezigheid van een luchtspouw zijn van invloed. Deze componenten, alleen en samen, hebben invloed op het brandgedrag van de gehele gevelconstructie.

Bovendien moet worden opgemerkt dat met de combinatie van verschillende materialen, bijvoorbeeld elk afzonderlijk voldoet aan SBI-klasse B, niet zonder beperking kan worden geconcludeerd dat de volledige samenstelling van de gevelstructuur ook voldoet aan brandklasse B. De brandklasse van de gehele structuur kan dan verschuiven naar bijvoorbeeld klasse C of D. “Stapelen” van brandklassen is daarom geen optie.

Wanneer de bekleding door SBI-test alleen als brandklasse A op een niet-brandbare achtergrond wordt geclassificeerd, wordt de brandwerendheid van de gevelconstructie negatief beïnvloed wanneer deze op een brandbare achtergrond wordt aangebracht, bijvoorbeeld montage op een vurenhouten regelwerk met brandklasse D. En hoe zit het met constructies gebouwd met HSB elementen of de toepassing van het gebruik van brandbare gevelisolatie?
 
De praktijk is nog ingewikkelder. We zien namelijk ook dat geteste situaties niet overeenkomen met de daadwerkelijk te realiseren situaties. Ook de invloed van open voegen in de bekleding en de brandvoortplanting in de luchtspouw spelen ook een belangrijke rol. Met brandvoortplanting over de gevel kunt u een brand op tijd waarnemen en kunt u doven. Dat kun je niet doen met een vuur in de spouw. Je weet niet wat er daar gebeurt en je kunt niet blussen zolang de gevelbekleding aan de voorkant is.

Daarnaast kan een gevel die is geclassificeerd volgens BS 8414 een heel ander praktisch gedrag vertonen dan op basis van de brandklasse zou worden verwacht. Dit komt omdat in de praktijk de thermische belasting van een natuurlijke brand door lokale omstandigheden mogelijk veel groter is dan de thermische belasting in de gestandaardiseerde testmethoden, waarbij bijvoorbeeld het aluminiumframe eerder zijn smeltpunt bereikt. En let ook op het feit dat het mechanische gedrag in geval van brand in de praktijk ook anders is, waardoor andere en vaak grotere vervormingen optreden dan in de testsituatie.

Maar desondanks geven testen inzicht en brengen daardoor veronderstellingen dichter bij de realiteit en maakt het de bijdrage van de ontwikkeling en uitbreiding van een brand op de bekleding beter te begrijpen.

In het geval dat de geventileerde gevelconstructie wordt afgewerkt met een min of meer onbrandbaar gevelpaneel, zal dit type gevelpaneel zeker een bijdrage leveren aan de brandveiligheid. Sommige panelen blijven, vergeleken met andere, extreem stabiel onder vuurbelasting. Alleen wanneer er bijna geen dragende constructie meer is, valt de gevelplaat naar beneden vanwege zijn eigen gewicht. Waarschijnlijk na een paar uur volledig vuur. Dit, in tegenstelling tot meer brandbaar bekledingsmateriaal.
 
Maar hoe zit het nu met de lijm? In de praktijk blijkt zelfs bij het gebruik van een meer kwetsbaar type gevelbekleding dat de invloed van de lijmrups te verwaarlozen lijkt. Er is relatief weinig materiaal aanwezig en bovendien ingeklemd tussen gevelplaat en draagconstructie.
Zoals uit de laatste test conform de BS 8414 blijkt kan de bijdrage van de lijmril aan de brand worden geëlimineerd.
We verwijzen daarbij ook naar bijgevoegde foto van een brand op een verlijmde hpl-bekleding in 2006. Zoals u kunt zien bleven de delen van de bekleding dicht op het vurenhouten regelwerk het meest intact. De panelen zelf bezweken zonder dat de lijm faalde.

BASISBEGRIPPEN IN BRANDONTWIKKELING IN GEVELCONSTRUCTIES

BASISBEGRIPPEN IN BRANDONTWIKKELING IN GEVELCONSTRUCTIES

Conform de Europese richtlijnen hebben de relevante brandveiligheidseisen in de regelgeving de navolgende doelstellingen:

• het gedurende een gegeven brandtijd garanderen van de capaciteit van constructies;
• het beperken van productie en verspreiding van vuur en rook;
• het beperken van verspreiding van de brand naar belendende constructies;
• gelegenheid te geven tot, of hulp bieden bij, ontruiming van het gebouw;
• waarbij de veiligheid van de interventieteams ook in ogenschouw wordt genomen.

Om deze doelstellingen te bereiken zijn, met betrekking tot gevelbekleding, de volgende eisen van toepassing:

• het vuur stabiliteit
De standaard brand toont de algemeen bekende conventionele brand-curve. Deze nominale curve is niet afhankelijk van parameters die de werkelijke brand in het brandcompartiment beïnvloeden zoals de vuurbelasting, de ventilatie-omstandigheden en actieve brandpreventie maatregelen zoals sprinklerinstallaties.
Deze standaard brandkromme (zwart) wordt in onderstaande figuur weergegeven, met daarbij, ter vergelijking, verschillende andere nominale brandcurves (blauw: een willekeurig voorbeeld van een natuurlijke brandkromme) wordt gegeven.
Een natuurlijke brand curve is een curve die wordt berekend op basis van de belangrijkste parameters die brandontwikkeling in het compartiment bepalen. Een natuurlijke brandcurve wordt gekenmerkt door zijn groeifase verwarmingsfase en afkoelfase. In de groeifase, is de brand nog lokaal. Er bestaan grote verschillen in temperatuur in de ruimte.
In de overgang van de groeifase naar de fase van een brand, breidt de brand zich snel uit in het hele compartiment. Dit wordt de flash-over genoemd. In deze fase van de brand mag worden verondersteld dat de temperatuur in de gehele ruimte gelijk is verdeeld.
Als de brandende delen grotendeels zijn opgebrand dooft het vuur. Dit is de doof-fase die kenmerkend is voor een natuurlijke brand.

• de uitvoering van de buitenwanden betreffende de brandwerendheid van binnen naar buiten
Houdt u er rekening mee dat vereist is dat de kozijnen in het gevelvlak dezelfde brandwerendheid hebben als de rest van de gevel: 60 minuten of meer. Dit betekent dat gevelbekledingen binnen deze 60 minuten niet kan worden blootgesteld aan vuur met vlammen ontstaan door uitslaande brand door een vensteropening, dus ten opzichte van de structurele sterkte van de gevelbekleding in geval van brand is binnen de evacuatie tijd geen problemen te verwachten.
Deze brandwerendheidsperiode is om flash-over tussen de compartimenten in het gebouw te vermijden en geeft de bewoners voldoende tijd om te evacueren.

• de reactie van bouwmaterialen bij brand
De reactie bij brand wordt gedefinieerd door alle van invloed zijnde eigenschappen van een bouwmateriaal zoals zijn invloed op het ontstaan en de ontwikkeling van een brand. Zo karakteriseert deze reactie bij brand het vermogen van materialen te ontbranden of bij te dragen aan verspreiding van brand. In de gevelconstructie betreft dit de reactie bij brand van materialen zoals bekledingsmateriaal, isolatiemateriaal etc.
Bepaling en beoordeling van het mechanische en thermische gedrag van de lijmsystemen van TWEHA, bedoeld voor samengestelde geventileerde gevelconstructies met staal, aluminium en/of houten draagconstructie, middels een SBI-test * kan leiden tot de hoogst mogelijke classificatie en daarom ingedeeld als B-s1,d0: een zeer geringe bijdrage tot de brand, geen rookontwikkeling en geen brandende druppels en deeltjes ontstaan. (Bron: Rapport Effectis (voorheen TNO Centrum voor Brandveiligheid) project 2.008.873, oktober 2009)

*= Volgens EN 13823: 2002 vaststelling van de bijdrage aan het brand groeipercentage (FIGRA), de totale vrijkomende warmte van meer dan 600 seconden (THR 600s), de rook groei (SMOGRA) en de lokale rookproductie dan 600 seconden (TSP 600s)

• compartimentering van de gevelconstructie verspreiding van brand te voorkomen
Teneinde verspreiding van brand in de gevelconstructie te voorkomen wordt in veel landen een horizontale onderbreking of afscheiding in de gevelconstructie geëist waardoor middels compartimentering verspreiding van brand in de gevelconstructie wordt voorkomen, respectievelijk wordt vertraagd.

• de verplichte afstand tot nabij gelegen gebouwen met betrekking tot brandoverslag via flash-over of straling
Bij branduitbreiding naar een ander perceel gaat het om het brandoverslagrisico naar de direct aangrenzende percelen; dit kan worden vastgesteld door middel van een stralingsberekening. Bouwbesluit 2012 wijst in artikel 2.84 en artikel 2.90 de NEN 6068 aan als bepalingsmethode voor het beoordelen van brandoverslag vanuit een brandcompartiment. Deze bepalingsmethode gaat uit van een bronstraling van 45 kW/m² en een maximaal toegestane straling op een spiegelsymmetrische doelgevel van 15 kW/m². Artikel 7.7, tweede lid, rekent met een maximale stralingsbelasting van 15 kW/m², gedurende 60 minuten.
Aangenomen wordt dat brandoverslag optreedt als de stralingsbelasting op openingen in de ontvangende gevel meer dan 15 kW/m2 bedraagt. Deze stralingsbelasting wordt níet bereikt als de afstand tussen de openingen van het beschouwde brandcompartiment en het ‘ontvangende brandcompartiment’ groter is dan de ‘veilige afstand’. De straling is opgebouwd uit de straling dóór de openingen van het brandcompartiment en de straling vanuit de uitslaande vlammen.

Bij de bepaling van de weerstand tegen brandoverslag volgens NEN 6068 worden gevelvlakken van floatglas gezien als ‘openingen’ (met een brandwerendheid kleiner dan 30 minuten). Floatglas (normaal, enkel of dubbel glas) is namelijk slechts enkele minuten brandwerend en dan ook niet bruikbaar in brandwerende (of rookwerende) scheidingen.

Bij berekenen dient de afstand tussen openingen van tegenover elkaar gelegen gebouwen minimaal 5 m te zijn. Bij de beoordeling van overslag naar andere percelen gaat het Bouwbesluit uit van fictieve, identieke spiegelsymmetrische bebouwing op het andere perceel. Ook de geveleigenschappen zijn gespiegeld. Wanneer de gevel nabij de perceelsgrens niet uit openingen bestaat, hetzij in de ene richting (van binnen naar buiten minimaal 30 minuten brandwerend), hetzij in de andere richting (van buiten naar binnen minimaal 30 minuten brandwerend), dan wordt voldaan aan de 60-minuten wbdbo-eis. Let op: de beoordeling ‘binnen-buiten’ en ‘buiten-binnen’ is niet altijd gelijk.

• conclusie.
Dit betekent dat in geval van brand deze moet worden gecontroleerd door het ontwerpen van brand-compartimenten om flashover te voorkomen opdat bewoners met de vereiste brandvertraging van 60 minuten voldoende tijd hebben om te evacueren.
Hierna zal de brand zich door overslag van binnen naar buiten uitbreiden, zal glas van de vensters naar beneden vallen, en de gevelbekleding reageren op de blootstelling aan de brand.
In verband met de brandwerendheid van 60 minuten, zal na deze periode van 60 minuten de compartimering in het gebouw uiteindelijk falen, het vuur zal uitbreiden en temperaturen in het gebouw zullen toenemen.
Deze toename van de temperatuur in het gebouw zal een verlies van sterkte en stijfheid van de constructie veroorzaken. Bij 400 °C, zal de sterkte van de bouwconstructie sterk afnemen en bij 800 °C rest slechts ongeveer 10% van de sterkte. Dit heeft tot gevolg dat het gebouw als verloren moet worden beschouwd en de nadruk op voorkomen van brandoverslag door straling en/of flash-over op de nabij gelegen gebouwen zal worden verlegd.
.

BETROKKEN BIJ HET MILIEU!

De bezorgdheid over en de zorg voor de omgeving en milieubehoud is altijd een prioriteit geweest voor TWEHA. Voor de duurzaamheid van onze levensstijl en het noodzakelijke evenwicht met het milieu vereisen een specifiek beleid en concrete acties.

TWEHA loopt met het verbeteren van zijn productieproces om de uitwerking daarvan op het milieu tot een minimum terug te brengen al meer dan 25 jaar voorop.

De verrichtingen van TWEHA op milieugebied gaan echter verder dan het optimaliseren van de productiesystemen, onze inspanningen richten zich ook op het introduceren van producten en verpakkingen die helpen het de milieu belasting te doen afnemen.

HET BELANG VAN GOEDE VENTILATIE

HET BELANG VAN GOEDE VENTILATIE
De balans tussen bevochtiging, droging en ventilatie is van cruciaal belang voor de lange-termijn prestaties van de gevelbekleding. Waar de vochthuishouding niet tot een aanvaardbaar niveau kan worden geregeld, worden ventilatie en drogen van cruciaal belang. Veel gangbare bouwmaterialen hebben immers een beperkte vocht-opslagcapaciteit, dat wil zeggen, ze Lees meer

UITZENDING GEMIST?

Zembla gaat op road-trip door Nederland en ontdekt dat bij veel flats de brandveiligheid niet gegarandeerd is.
Brandtestrapporten ontbreken of kloppen niet met de echte situatie. Bouwmaterialen worden via officiële tests ingedeeld in brandklassen. Maar kloppen de tests wel? Zembla onderzoekt: hoe staat het met de brandveiligheid van onze gebouwen?

Op 14 juni 2017 brandt de Londense Grenfell toren af, met desastreuze gevolgen. Maar liefst 71 mensen vinden de dood. Het land rouwt en de beelden gaan de wereld over. Volgens experts speelde de gevel een cruciale rol. Via de gevelplaten en het kunststof isolatiemateriaal verspreidde het vuur zich razendsnel.

Ook in Nederland gebruiken we kunststof isolatie. Het isoleert goed, maar wat doet het met de brandveiligheid van onze flats? De brandweer waarschuwt daarnaast voor het risico van steeds oudere en kwetsbare bewoners.

Bekijk deze uitzending hier.