THIS IS HOW IT WORKS: WINDBELASTING OP GEVELS

Wind ontstaat doordat lucht zich verplaatst van gebieden met hoge druk naar gebieden met lage druk. Door wrijving met het aardoppervlak (bebouwing, bossen) zal de luchtbeweging in de onderste luchtlagen echter worden afgeremd. De windsnelheid zal derhalve met de hoogte evenredig toenemen. De mate van toename wordt daarbij weer bepaald door de ruwheid (bebouwing) van het aardoppervlak.
Boven zee b.v. zal een minder hoge luchtlaag worden afgeremd. Dit verklaart waarom het in de kuststreken gemiddeld harder waait dan in meer landinwaarts gelegen gebieden.
Door de wrijving van de luchtlagen onderling ontstaan ook wervelingen en rukwinden. Vooral bij constructies die gevoelig zijn voor met de tijd veranderende windbelastingen wordt het raadzaam geacht met de invloed hiervan rekening te houden. Windhinder treedt niet alleen op binnen een groot complex van gebouwen zoals b.v. het centrum van een stad, maar ook in de onmiddellijke omgeving van een gebouw.

  • Enerzijds moet rekening gehouden worden met het feit dat constructies zoals gebouwen, kranen en torens bepaalde windbelastingen ondervinden.
  • Anderzijds heeft men te maken met het optreden van windhinder, vooral in de omgeving van hoge gebouwen.
  • Een andere belangrijke factor waarmee onder meer rekening mee moet worden gehouden bij het oriënteren van gebouwen t.o.v. elkaar en het projecteren van de ingangen, etc., is de meestal heersende windrichting.

De wind veroorzaakt een belasting op een bouwwerk, waarbij we onderscheid kunnen maken in externe druk (of zuiging, of wrijving) en interne druk (of zuiging). In de norm is daarom gesteld dat de ongunstigste combinatie(s) van tegelijkertijd werkzame windbelastingen in de berekeningen moet worden opgenomen.

Als basis voor al onze berekeningen geldt Eurocode 1, de Europese norm voor het bepalen van de windbelasting op gebouwen (EN 1991 1-4 inclusief de bijbehorende Nationale Annexen). Afhankelijk van o.a. de gebouwhoogte en de omgeving geeft de Eurocode een waarde aan voor de maximale ‘stuwdruk’ (in N/m2) aan. Dit is de theoretische indicatie voor de winddruk een specifieke vlak bij een storm die eens in de 50 jaar kan voorkomen.

 

De Eurocode geeft ook rekenregels om de ‘veilige’ afstanden tot de rand van het gebouw en dakrand te bepalen. Op de hoeken ofwel aan de randen van een gebouw is de wind namelijk veel heviger en turbulenter dan in het middengebied.
In de norm is aangegeven dat de externe belasting in een aantal situaties zowel in de vorm van druk als in zuiging moet zijn beschouwd. De lokale externe vormfactor brengt tot uitdrukking dat in lokale situaties hoge windbelastingen kunnen optreden. Met andere woorden: de belasting als gevolg van windzuiging is veelal maatgevend langs de randen van een gebouw.

Gelet op de geografische verschillen die in de extreme uurgemiddelde windsnelheid blijken voor te komen is in NEN 6702:1991 een indeling van Nederland en Belgie in verschillende gebieden weergegeven. In elk gebied is een representatieve extreme uurgemiddelde windsnelheid vastgesteld.

Nieuw te realiseren gebouwen in een reeds bebouwde omgeving muteren de windbelasting op de reeds aanwezige bebouwing. Deze hangt af van de vorm en afmetingen van de gebouwen, de onderlinge afstand en de ruwheid van de omgeving. De windbelasting in dergelijke gevallen wordt doorgaans bepaald door metingen aan schaalmodellen in de windtunnel. Dit gebeurt in de ontwerpfase en dan wordt de invloed van en op de bestaande omringende bebouwing meegenomen. Dit kan van belang zijn voor met name constructeur en gevelbouwers, maar ook voor eigenaren van gebouwen waar vlakbij een nieuw gebouw wordt gepland.
Uit windtunnelonderzoek blijkt veelal dat de gevolgen bij lokale drukken groter kunnen zijn dan bijvoorbeeld de Eurocode aangeeft.

GETEST EN GOEDGEKEURD!

Beproevingen zijn een essentieel onderdeel van het TWEHA concept. Onze lijmsystemen worden onderworpen aan een intensief intern testprogramma. Met omstandigheden die veel zwaarder zijn dan bij normaal gebruik. Zie hiervoor het overzicht van beproefde en goedgekeurde gevelmaterialen.

Omdat het vertrouwen in een goede werking van ons producten zeer belangrijk is, vragen we verschillende onafhankelijke derden partijen al jarenlang onze lijmsystemen te beoordelen waardoor met mondiaal uitgevoerde externe testprogramma’s keer op keer de uitstekende kwaliteit van de TWEHA lijmsystemen wordt aangetoond.

NATTE GEVELPLATEN VERLIJMEN

Een ander punt van aandacht is vocht. Als de plaat met water doordrenkt is, hecht de lijm niet aan het oppervlak. Vanwege de optredende spanning op het oppervlak van de natuursteen op het moment van aanbrengen van de lijmrups, zal er een waterfilm ontstaan tussen de natuurstenen plaat en de lijmrups welke uiteindelijk de hechting van de lijmrups op de natuursteen zal frustreren (zie ook:).

Het advies is daarom om de natuursteen gevelplaten op een droge plaats (niet in de regen) op te slaan om zo het drogen van de gevelplaten mogelijk te maken teneinde de benodigde probleemloze gelijmde verbinding te kunnen realiseren.
Deze waarschuwing beperkt zich niet alleen tot natuursteen. Dit is natuurlijk van toepassing op alle soorten plaatmateriaal!

SLIK FRUSTREERT VERLIJMEN NATUURSTEEN!

“De te verlijmen oppervlaktes moeten droog, schoon en vetvrij zijn’, aldus de verwerkingsrichtlijn ten behoeve van de TWEHA producten.

Natuursteen wordt in waarschijnlijk meer dan 95% van de gevallen gezaagd met het zogenaamde ‘natte zaag’-systeem.
Dit ‘natte zaag’-systeem functioneert op het concept van water dat bij het zaagproces wordt toegevoegd om smering, spoeling en afkoeling te bieden terwijl de zaag de natuursteen doorklieft.
Het bezinksel dat ontstaat bij het zagen van natuursteen, wordt veelal deels teruggevonden op de achterkant van de gevelplaat (voorkant is bewerkt, dus dit bezinksel is verdwenen op de voorkant van de plaat).
Het verlijmen op deze laag stof of sediment zal niet succesvol zijn omdat dit bezinksel zich slechts losjes aan het oppervlak van de natuursteen hecht en zich vervolgens als een stoflaagje tussen de natuurstenen plaat en de lijmril manifesteert en zodoende de hechting van de lijmrups op de natuursteen zal frustreren.
Dus in geval deze laag sediment of stof zich voordoet, veeg het af met een borstel voordat je de lijm aanbrengt!

“LATEN WE VOOR DE ZEKERHEID EEN EXTRA HAAKJE TOEPASSEN…”

Gevels worden ontworpen en uitgevoerd met als doel een bepaalde expressie of uitstraling te realiseren. Een expressie die door vervuiling behoorlijk teniet kan worden gedaan en jammer genoeg vervuilen verlijmde gevels vaak onnodig als door onwetendheid onverhoopt besloten wordt een extra haakje of schroef toe te passen.

Het komt gelukkig niet vaak meer voor want het is onnodig en bovendien in strijd met de hedendaags te hanteren veiligheidsfilosofie. Niet voor niets hanteert men op de bouw het begrip ‘paniekhaak’ als door onwetendheid een dergelijke discussie oplaait.

Het is van belang dat de bedoelde uitstraling van uw bedrijfspand in stand blijft. Het is tenslotte het visitekaartje van uw bedrijf of product. Het is dan ook noodzakelijk om uw gevel op een dusdanige wijze te ontwerpen en uit te voeren dat atmosferische vervuiling, zure regen en uitlaatgassen geen aantasting van het beeld dat uw gevel moet uitstralen tot gevolg kan hebben.

Want als gevolg van een slechte detaillering, gepaard met vervuiling, kan het een indruk van verslonzing en achteruitgang achter laten.