VERLIJMDE PLAFONDPLATEN, AFDEKKINGEN OF DAKAFWERKING

Bij horizontale toepassingen zoals bij plafonds, afdekkingen of dakbedekking moet de afstand tussen de steunrails worden verminderd tot 50% van de afstand welke normaliter bij verticale toepassing wordt gebruikt.
In het geval van plafonds en dak afwerking moeten de hoofdsteunrails haaks onder de steunrails van de bekleding zijn gemonteerd. Het zal bij plafondplaten ook nodig zijn de panelen tijdelijk te ondersteunen totdat de kleefstof volledig is uitgehard.

ONTWIKKELING VAN BRAND BIJ GEVENTILEERDE GEVELBEKLEDING

De eisen voor materiaaltoepassing in buitengevels hebben alleen betrekking op de beperking van de ontwikkeling van brand (rookontwikkeling aan de buitenzijde van een gebouw is hierbij niet belangrijk).

Enkele beelden van een gevelbrand in 2006. Als gevolg van een fout door een dakdekker, heeft de hpl gevelbekleding, welke in 2004 was aangebracht op een houten regelwerk, vlam gevat. De gevelbekleding ging in vlammen op, de verlijming op het houten regelwerk hield stand.

Er wordt hierbij onderscheid gemaakt in brandklassen, afhankelijk van de hoogte van het betreffende gedeelte van een gevel ten opzichte van het maaiveld. Standaard geldt voor gevelbekleding brandklasse D. Echter:

– Gevelgedeelten lager dan 2,5 meter moeten bestand zijn tegen vlam vatten in geval van brandstichting of een buitenbrand in de nabijheid van het bouwwerk.
– Brandende gevelgedeelten hoger dan 13 meter zijn lastig te bestrijden met standaard brandweermaterieel; daarom moeten deze zodanig zijn samengesteld dat een brand zich niet gemakkelijk via deze hoger gelegen gevelgedeelten kan voortplanten.

Bij de bepaling van de weerstand tegen brandoverslag en branddoorslag via de gevel geldt in deze gevallen als voorwaarde dat het buitenoppervlak van de gevel moet voldoen aan  Lees meer

INTERFACE ADHESION STRENGTH

TWEHA’s ge-update laboratoriumprocedure voor verouderingscondities voor verlijmde gevelbekledingen.

De verscheidenheid aan bekledingsmaterialen die worden gebruikt in geventileerde façadeconstructies is divers. Naast de specifieke sterkte-eigenschappen van de verlijmende kit speelt de hechtsterkte van de verlijmende kit een beslissende rol in de functionele eigenschappen van deze gevelconstructies, aangezien schade het meest waarschijnlijk optreedt als gevolg van een hechtingsprobleem.

De meting van de specifieke hechtsterkte op het substraat is dus essentieel voor het ontwerp en de toepassing van verlijmde constructies met twee of meer materialen.

Naast de pure trek- en zuivere afschuifsterkte van de betreffende verlijmende kit, wordt door TWEHA de voorkeur gegeven aan een algemeen criterium voor de hechteigenschappen van de lijmverbinding op een meer realistische en adequate wijze te karakteriseren.

De huidige beoordelingsmethodiek inzake Lees meer

CARBONATATIE VEZELCEMENTBOARD

Een bijzonder fenomeen dat kenmerkend is voor vezelcement platen is ‘carbonatatie’.

Na montage van de gevelbeplating zal het cement in de gevelplaat verder uitharden waarbij op moleculair niveau gebluste kalk (calciumhydroxide Ca(OH)2) in het cement m.b.v. koolstofdioxide (CO2) wordt omgezet in calciumcarbonaat (CaCO2). Bij dit proces komt water vrij. Dit carbonisatieproces gaat gepaard met krimp van de plaat. Deze chemische reactie zal sneller Lees meer

WAAROM EEN OPPERVLAKTEVERBETERAAR BIJ POREUS MATERIAAL ZOALS VEZELCEMENTBOARD?

De mate van dichtheid van een vaste stof (de te verlijmen substraten) geeft water de gelegenheid zich tussen de vaste delen van de vaste stof dringen. In een poreus materiaal, het woord zegt het al, kan het water vrij snel een weg vinden in de poriën van het materiaal.

Ieder materiaal neemt in meer of mindere mate vocht op. Spanning als gevolg van eigen gewicht en windbelasting worden in het plaatmateriaal ten dele opgevangen door de korrelspanning. Het restant wordt opgenomen door de waterspanning.

Normaliter veroorzaakt dit een lichte vormverandering, maar bij poreus materiaal is dat anders. Dan gaan Lees meer