JUISTE VOORBEHANDELING ESSENTIEEL BIJ LIJMVERBINDINGEN

Voordat er begonnen kan worden met het, middels een lijmverbinding, verbinden van twee materialen moeten de oppervlaktes droog zijn en eerst goed schoongemaakt en ontvet worden.

REINIGEN
Ga er altijd vanuit dat het te verlijmen oppervlak verontreinigd is en reinig beide oppervlakken met TWEHA Cleaner+ en een doek. TWEHA Cleaner+ is een op lijmverbindingen afgestemd schoonmaakmiddel op basis van Isopropylalcohol.
Gebruik altijd een pluisvrije, niet ingekleurde doek die geen toevoegingen, verontreinigingen of glansmiddelen bevat. Reinig door slechts in één richting te wrijven, anders kan de verontreiniging op het doek weer op het oppervlak terecht komen. Gebruik een doek nooit meerdere malen.
Raak het gereinigde oppervlak niet meer met de vingers aan, anders komt er weer huidvet op het oppervlak.
Gebruik voor het ontvetten nooit thinner of wasbenzine! Dit zijn zogeheten aardolie derivaten en deze maken de ondergrond dus alleen maar vetter!

OPRUWEN OF SCHUREN
Indien nodig zorgt het schuren van het oppervlak er voor dat de lijm kan vloeien in een opgeruwd oppervlak. Hierdoor wordt het hechtoppervlak vergroot en ontstaat er een betere verbinding.
Let op: de lijmlaag van THEHA Tape zal niet uitvloeien dus bij opruwen ontstaat er dan juist een kleiner hechtoppervlak. Dus in geval van een aluminium regelwerk de oppervlakte nooit opruwen!

DE MEEST VAAK VOORKOMENDE VERONTREINIGINGEN:
Vezelcement: losse vezels en cementkorrels
HPL: residu van beschermingsfolie
Natuursteen: slik of residu van zaagproces.
Tegels / ceramiek: reinigingsmiddelen en vocht
Metaal: olie, vet, roest en vocht
Glas: vingerafdrukken, siliconen en vocht
Kunststof: lossingsmiddelen, stof en weekmakers
Rubber: talk, vet en weekmakers


Tip: doe altijd eerst een kleine peltest voordat u start met een project.

 

NATTE GEVELPLATEN VERLIJMEN

Een ander punt van aandacht is vocht. Als de plaat met water doordrenkt is, hecht de lijm niet aan het oppervlak. Vanwege de optredende spanning op het oppervlak van de natuursteen op het moment van aanbrengen van de lijmrups, zal er een waterfilm ontstaan tussen de natuurstenen plaat en de lijmrups welke uiteindelijk de hechting van de lijmrups op de natuursteen zal frustreren (zie ook:).

Het advies is daarom om de natuursteen gevelplaten op een droge plaats (niet in de regen) op te slaan om zo het drogen van de gevelplaten mogelijk te maken teneinde de benodigde probleemloze gelijmde verbinding te kunnen realiseren.
Deze waarschuwing beperkt zich niet alleen tot natuursteen. Dit is natuurlijk van toepassing op alle soorten plaatmateriaal!

SLIK FRUSTREERT VERLIJMEN NATUURSTEEN!

“De te verlijmen oppervlaktes moeten droog, schoon en vetvrij zijn’, aldus de verwerkingsrichtlijn ten behoeve van de TWEHA producten.

Natuursteen wordt in waarschijnlijk meer dan 95% van de gevallen gezaagd met het zogenaamde ‘natte zaag’-systeem.
Dit ‘natte zaag’-systeem functioneert op het concept van water dat bij het zaagproces wordt toegevoegd om smering, spoeling en afkoeling te bieden terwijl de zaag de natuursteen doorklieft.
Het bezinksel dat ontstaat bij het zagen van natuursteen, wordt veelal deels teruggevonden op de achterkant van de gevelplaat (voorkant is bewerkt, dus dit bezinksel is verdwenen op de voorkant van de plaat).
Het verlijmen op deze laag stof of sediment zal niet succesvol zijn omdat dit bezinksel zich slechts losjes aan het oppervlak van de natuursteen hecht en zich vervolgens als een stoflaagje tussen de natuurstenen plaat en de lijmril manifesteert en zodoende de hechting van de lijmrups op de natuursteen zal frustreren.
Dus in geval deze laag sediment of stof zich voordoet, veeg het af met een borstel voordat je de lijm aanbrengt!

VERLIJMDE PLAFONDPLATEN, AFDEKKINGEN OF DAKAFWERKING

Bij horizontale toepassingen zoals bij plafonds, afdekkingen of dakbedekking moet de afstand tussen de steunrails worden verminderd tot 50% van de afstand welke normaliter bij verticale toepassing wordt gebruikt.
In het geval van plafonds en dak afwerking moeten de hoofdsteunrails haaks onder de steunrails van de bekleding zijn gemonteerd. Het zal bij plafondplaten ook nodig zijn de panelen tijdelijk te ondersteunen totdat de kleefstof volledig is uitgehard.

ONTWIKKELING VAN BRAND BIJ GEVENTILEERDE GEVELBEKLEDING

De eisen voor materiaaltoepassing in buitengevels hebben alleen betrekking op de beperking van de ontwikkeling van brand (rookontwikkeling aan de buitenzijde van een gebouw is hierbij niet belangrijk).

Enkele beelden van een gevelbrand in 2006. Als gevolg van een fout door een dakdekker, heeft de hpl gevelbekleding, welke in 2004 was aangebracht op een houten regelwerk, vlam gevat. De gevelbekleding ging in vlammen op, de verlijming op het houten regelwerk hield stand.

Er wordt hierbij onderscheid gemaakt in brandklassen, afhankelijk van de hoogte van het betreffende gedeelte van een gevel ten opzichte van het maaiveld. Standaard geldt voor gevelbekleding brandklasse D. Echter:

– Gevelgedeelten lager dan 2,5 meter moeten bestand zijn tegen vlam vatten in geval van brandstichting of een buitenbrand in de nabijheid van het bouwwerk.
– Brandende gevelgedeelten hoger dan 13 meter zijn lastig te bestrijden met standaard brandweermaterieel; daarom moeten deze zodanig zijn samengesteld dat een brand zich niet gemakkelijk via deze hoger gelegen gevelgedeelten kan voortplanten.

Bij de bepaling van de weerstand tegen brandoverslag en branddoorslag via de gevel geldt in deze gevallen als voorwaarde dat het buitenoppervlak van de gevel moet voldoen aan  Lees meer