TWEHA HOEVEELHEDEN CALCULATOR ONLINE

HOEVEELHEDEN CALCULATOR

Bereken met behulp van de gratis hoeveelheden-calculator eenvoudig de exacte hoeveelheid lijmmateriaal benodigd voor uw project.
De TWEHA-calculator berekent de exacte hoeveelheid TWEHA-lijmmateriaal die nodig is voor uw gevel project. Het bepaalt eveneens, op basis van de h-o-h afstand van 600 mm draagconstructie, het benodigd aantal rollen TWEHA Tape, de hoeveelheid TWEHA Cleaner+ en andere TWEHA-producten die nodig zijn. Iets meer materiaal bestellen dan het gecalculeerde resultaat verkleint de kans op een tekort aan materiaal.

THIS IS HOW IT WORKS: WINDBELASTING OP GEVELS

Wind ontstaat doordat lucht zich verplaatst van gebieden met hoge druk naar gebieden met lage druk. Door wrijving met het aardoppervlak (bebouwing, bossen) zal de luchtbeweging in de onderste luchtlagen echter worden afgeremd. De windsnelheid zal derhalve met de hoogte evenredig toenemen. De mate van toename wordt daarbij weer bepaald door de ruwheid (bebouwing) van het aardoppervlak.
Boven zee b.v. zal een minder hoge luchtlaag worden afgeremd. Dit verklaart waarom het in de kuststreken gemiddeld harder waait dan in meer landinwaarts gelegen gebieden.
Door de wrijving van de luchtlagen onderling ontstaan ook wervelingen en rukwinden. Vooral bij constructies die gevoelig zijn voor met de tijd veranderende windbelastingen wordt het raadzaam geacht met de invloed hiervan rekening te houden. Windhinder treedt niet alleen op binnen een groot complex van gebouwen zoals b.v. het centrum van een stad, maar ook in de onmiddellijke omgeving van een gebouw.

  • Enerzijds moet rekening gehouden worden met het feit dat constructies zoals gebouwen, kranen en torens bepaalde windbelastingen ondervinden.
  • Anderzijds heeft men te maken met het optreden van windhinder, vooral in de omgeving van hoge gebouwen.
  • Een andere belangrijke factor waarmee onder meer rekening mee moet worden gehouden bij het oriënteren van gebouwen t.o.v. elkaar en het projecteren van de ingangen, etc., is de meestal heersende windrichting.

De wind veroorzaakt een belasting op een bouwwerk, waarbij we onderscheid kunnen maken in externe druk (of zuiging, of wrijving) en interne druk (of zuiging). In de norm is daarom gesteld dat de ongunstigste combinatie(s) van tegelijkertijd werkzame windbelastingen in de berekeningen moet worden opgenomen.

Als basis voor al onze berekeningen geldt Eurocode 1, de Europese norm voor het bepalen van de windbelasting op gebouwen (EN 1991 1-4 inclusief de bijbehorende Nationale Annexen). Afhankelijk van o.a. de gebouwhoogte en de omgeving geeft de Eurocode een waarde aan voor de maximale ‘stuwdruk’ (in N/m2) aan. Dit is de theoretische indicatie voor de winddruk een specifieke vlak bij een storm die eens in de 50 jaar kan voorkomen.

 

De Eurocode geeft ook rekenregels om de ‘veilige’ afstanden tot de rand van het gebouw en dakrand te bepalen. Op de hoeken ofwel aan de randen van een gebouw is de wind namelijk veel heviger en turbulenter dan in het middengebied.
In de norm is aangegeven dat de externe belasting in een aantal situaties zowel in de vorm van druk als in zuiging moet zijn beschouwd. De lokale externe vormfactor brengt tot uitdrukking dat in lokale situaties hoge windbelastingen kunnen optreden. Met andere woorden: de belasting als gevolg van windzuiging is veelal maatgevend langs de randen van een gebouw.

Gelet op de geografische verschillen die in de extreme uurgemiddelde windsnelheid blijken voor te komen is in NEN 6702:1991 een indeling van Nederland en Belgie in verschillende gebieden weergegeven. In elk gebied is een representatieve extreme uurgemiddelde windsnelheid vastgesteld.

Nieuw te realiseren gebouwen in een reeds bebouwde omgeving muteren de windbelasting op de reeds aanwezige bebouwing. Deze hangt af van de vorm en afmetingen van de gebouwen, de onderlinge afstand en de ruwheid van de omgeving. De windbelasting in dergelijke gevallen wordt doorgaans bepaald door metingen aan schaalmodellen in de windtunnel. Dit gebeurt in de ontwerpfase en dan wordt de invloed van en op de bestaande omringende bebouwing meegenomen. Dit kan van belang zijn voor met name constructeur en gevelbouwers, maar ook voor eigenaren van gebouwen waar vlakbij een nieuw gebouw wordt gepland.
Uit windtunnelonderzoek blijkt veelal dat de gevolgen bij lokale drukken groter kunnen zijn dan bijvoorbeeld de Eurocode aangeeft.

VERLIJMDE PLAFONDPLATEN, AFDEKKINGEN OF DAKAFWERKING

Bij horizontale toepassingen zoals bij plafonds, afdekkingen of dakbedekking moet de afstand tussen de steunrails worden verminderd tot 50% van de afstand welke normaliter bij verticale toepassing wordt gebruikt.
In het geval van plafonds en dak afwerking moeten de hoofdsteunrails haaks onder de steunrails van de bekleding zijn gemonteerd. Het zal bij plafondplaten ook nodig zijn de panelen tijdelijk te ondersteunen totdat de kleefstof volledig is uitgehard.

WAAROM IS DE LIJMRIL IN EEN ‘V’-VORM ZO BELANGRIJK?

De V vorm van de lijm-ril is de meest effectieve wijze om een lijmverbinding tussen twee oppervlakken te bewerkstelligen.
Gebruik een kitpistool om een gladde, doorlopende lijm-ril aan te brengen.

Voor het verkrijgen van de voorgeschreven lijmbreedte / -dikte van minimaal 12 x 3 mm snijdt u een standaard spuitmond in een ‘V’-vorm van minimaal 8 x 8 mm.
Deze ‘V’-vorm is noodzakelijk om te voorkomen dat er luchtbellen in de lijmverbinding worden ingesloten hetgeen onnodig verlies van sterkte tot gevolg zal hebben.

De V-ril zal mogelijk Lees meer

ONTWIKKELING VAN BRAND BIJ GEVENTILEERDE GEVELBEKLEDING

De eisen voor materiaaltoepassing in buitengevels hebben alleen betrekking op de beperking van de ontwikkeling van brand (rookontwikkeling aan de buitenzijde van een gebouw is hierbij niet belangrijk).

Enkele beelden van een gevelbrand in 2006. Als gevolg van een fout door een dakdekker, heeft de hpl gevelbekleding, welke in 2004 was aangebracht op een houten regelwerk, vlam gevat. De gevelbekleding ging in vlammen op, de verlijming op het houten regelwerk hield stand.

Er wordt hierbij onderscheid gemaakt in brandklassen, afhankelijk van de hoogte van het betreffende gedeelte van een gevel ten opzichte van het maaiveld. Standaard geldt voor gevelbekleding brandklasse D. Echter:

– Gevelgedeelten lager dan 2,5 meter moeten bestand zijn tegen vlam vatten in geval van brandstichting of een buitenbrand in de nabijheid van het bouwwerk.
– Brandende gevelgedeelten hoger dan 13 meter zijn lastig te bestrijden met standaard brandweermaterieel; daarom moeten deze zodanig zijn samengesteld dat een brand zich niet gemakkelijk via deze hoger gelegen gevelgedeelten kan voortplanten.

Bij de bepaling van de weerstand tegen brandoverslag en branddoorslag via de gevel geldt in deze gevallen als voorwaarde dat het buitenoppervlak van de gevel moet voldoen aan  Lees meer